Asbestsanering

De verplichtingen waaraan voldaan moet worden om een sanering te laten plaatsvinden zijn opgenomen in het SC-530 (gecertificeerd asbest-verwijderings bedrijf). In de SC-530 zijn vijf verschillende fases opgenomen. Dit zijn:

  • Voorbereiding
  • Uitvoering
  • Eindcontrole en eindoplevering
  • Afvoer asbesthoudend materiaal
  • Het vervoer van astbest houdend afval

De voorbereiding

In de voorbereiding wordt geeist van het saneringsbedrijf de volgende externe documenten te verwerven:

  • Een inventarisatierapport incl de risicoklasse indeling en verwijderings voorwaarden. Ter beschikking gesteld door de opdrachtgever
  • Een compleet afschrift van de sloopmelding

In het asbest inventarisatierapport staat aangegeven onder welke risicoklasse de asbestverwijdering valt. Er zijn in totaal 3 risicoklasse. Dit zijn:

 Risicoklasse 1Risicoklasse 2Risicoklasse 2A
Vezelconcentratie Chrysotiel< 2.000 vezels/m³> 2.000 vezels/m³n.v.t.
Vezelconcentratie Chrysotiel/Amfibool< 2.000 vezels/m³> 2.000 vezels/m³
(afhankelijk van SMART)
>2.000 vezels/m³
(afhankelijk van SMART)
Vezelconcentratie Amfibool< 2.000 vezels/m³n.v.t.>2.000 vezels/m³
(afhankelijk van SMART)
Herleidbaarheid in wet- en regelgevingArbeidsomstandigheden-
besluit, artkel 4.44
Arbeidsomstandigheden-
besluit, artkel 4.48
Arbeidsomstandigheden-
besluit, artkel 4.53a

De maatregelen die bij uitvoering getroffen worden zijn afhankelijk van de indeling van de risicoklasse.

De uitvoering

Het verwijderen van asbest kan plaatsvinden onder verschillende omstandigheden. Dit zijn:

  • In de open lucht – buiten sanering:
    Bij het verwijderen van hechtgebonden asbestbevattende materialen die zich aan de buitenzijde van een bouwwerk of object bevinden, is het niet noodzakelijk om compartimentering en in onderdruk houden van de ruimte toe te passen. Bij de eindcontrole is een visuele inspectie voldoende. Voor niet-hechtgebonden asbestbevattende materialen die zich aan de buitenzijde van een gebouw of object bevinden geldt de wettelijke eis van compartimentering en in onderdruk houden wel.
  • In het containment – binnen sanering:
    Bij asbestverwijdering in gebouwen moet er een containment gemaakt worden. Een containment is een besloten werkruimte waarbinnen de asbestwerkzaamheden plaatsvinden en ook het asbeststof vrijkomt. Het containment wordt zodanig ingericht dat er geen vezelverspreiding buiten het containment kan plaatsvinden tijdens de asbestwerkzaamheden.

De eindcontrole en eindoplevering

Het saneringsgebied dient, tot en met de eindcontrole, alleen door bevoegde personen te worden betreden die zich houden aan de hiervoor gestelde procedures. Dat zijn de DTA (Deskundig Toezichthouder Asbestsloop), de DAV (Deskundig Asbest Verwijderaar), het laboratorium die bij de eindcontrole de concentratie van asbestvezels na de sanering in de lucht meet. In het geval van een buitensituatie is een visuele controle voldoende.

Afvoer asbesthoudend materiaal

Bij het asbesthoudend materiaal wordt veelal gedacht aan verwijderd asbesthoudend materiaal. Ook zaken als filterelementen, stofzuigpakken en besmette wegwerpkleding, hulpmiddelen, bouwmateriaal containment en besmet douchewater moeten als asbesthoudend materiaal worden afgevoerd.

Het vervoer van asbesthoudend afval

Diegene die opdracht geeft de afvalstoffen te vervoeren, moet een begeleidingsbrief verstrekken. Het transport dient altijd voorzien te zijn van een begeleidingsbrief. Als er sprake is van vervoer tegen vergoeding, dan moet de vervoerder vermeld staan op de VIHB lijst. Een aannemer (of ondernemer) die afvalstoffen uit eigen bedrijfsvoering met eigen voertuig vervoert, hoeft niet ingeschreven te staan op de VIHB lijst. En hechtgebonden asbest dat conform het Asbest-verwijderingsbesluit is verpakt is vrijgesteld van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Asbest probleem?
Betrouwbare saneerder
030 - 341 00 07
Eerlijke offerte
info@buijsasbest.nl
Asbestsanering en voorbereiding Afvoer asbesthoudend materiaal